Logo CE Delft

CE Mailvisie maart 2015


EU ETS: Werk voor de Europese Commissie

CE Delft doet sinds 2008 onderzoek naar het Europese Emissiehandelssysteem (zie de CE Delft EU ETS-webpagina), zowel voor de Nederlandse overheid, de milieubeweging, voor bedrijven en branche-organisaties en voor de Europese Commissie. Voor deze laatste opdrachtgever onderzochten we de mogelijkheid om het EU ETS uit te breiden naar de sectoren transport en gebouwde omgeving. En we hebben (onder leiding van ICF) de effecten van het EU ETS op investeringen in o.a. de elektriciteitsmarkten in kaart gebracht.

Momenteel wordt in Brussel de Vierde Fase van het Emissiehandelssysteem (post-2020) voorbereid. CE Delft voert daarvoor een tweetal studies uit voor de Europese Commissie. In het eerste onderzoek (met AEA e.a.)  staat de effectiviteit van het systeem van benchmarks centraal. Vraag is of de introductie van benchmarks in ETS Fase 3 heeft geleid tot gedragsverandering van ondernemingen op het gebied van handel en/of investeringen en wat de macro-economische effecten daarvan zijn. In het tweede onderzoek (samen met AEA) staat de effectiviteit en werking van de gratis uitgifte centraal. Konden bedrijven de gratis rechten in de prijzen doorberekenen en heeft dat effect op handel en investeringen. Doordat CE Delft een unieke database heeft die installatiegegevens koppelt aan sectorale data, is CE Delft ook een uitstekende partner om dergelijke analyses uit te voeren. Meer informatie: Sander de Bruyn 015 - 2150 150. naar boven

CE adviseert Panamakanaal

Het Panamakanaal wil milieuvriendelijke schepen gaan belonen en heeft CE Delft in de arm genomen om te adviseren over een systeem daarvoor. CE Delft heeft eerder voor de havens van het World Port Climate Initiative de Environmental Ship Index ontwikkeld, waarmee schone schepen korting op havengeld kunnen krijgen. De opdracht wordt samen met Panama Forest service uitgevoerd. Het project loopt tot eind mei. Meer informatie: Jasper Faber 015 - 2150 150. naar boven

Economische effecten Biobased economy

De biobased economy (BBE) betreft de inzet en toepassing van biomassa in de sectoren chemie, materialen en energie. Om de effecten van het overheidsbeleid te bepalen en daarmee te kunnen sturen, is het gewenst de ontwikkeling van de BBE te volgen en te vergelijken met internationale trends. De directe economische omvang van de biobased economy (energie-, materialen- en chemiesector) is door CE Delft in 2014 in beeld gebracht. Als vervolg daarop gaat CE Delft voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de indirecte economische betekenis in kaart brengen. Daarbij wordt gekeken naar die toeleverende sectoren, zoals consultancy, kennisontwikkeling, marketing, toelevering grondstoffen, en daarnaast het maken van een eindproduct. Het resultaat is een overzicht van de omvang en ontwikkelingen van de directe en indirecte economische effecten van de biobased economy in Nederland. Meer informatie: Martijn Blom 015 - 2150 150.
naar boven

Gelijkwaardige Energiebelasting gas en elektrisch

Op dit moment is voor consumenten de belastingdruk op elektriciteit 6 keer zo hoog als op gas (gerekend per GJ energie).  Daarmee wordt de mogelijk maatschappelijk bezien interessante substitutie van aardgas naar elektriciteit niet aangemoedigd. Ook worden vergelijkbare technieken, zoals de warmtepomp die op aardgas of op elektriciteit werkt, ongelijkwaardig belast. In opdracht van Eneco gaat CE Delft in kaart brengen wat de gevolgen zijn van een gelijkwaardigere energiebelasting op gas en elektrisch. Naast de belasting per energie-inhoud worden ook varianten ontwikkeld op basis van kostprijs of CO2-emissie. Tevens wordt in beeld gebracht wat de effecten op de belastinginkomsten van de rijksoverheid zouden zijn. Meer informatie: Frans Rooijers 015 - 2150 150. naar boven

Milieu-informatie textiel

Milieu Centraal wil consumenten beter voorlichten over de milieu-impact van textiel en de keuzes die consument in de winkel kunnen maken. CE Delft levert milieu-informatie aan van textiel die Milieu Centraal kan gebruiken voor de communicatie. Hierbij ligt de focus op doeken gemaakt van de diverse textielvezels. Er is aandacht voor verschillende aspecten in de productieketen, zoals transport, veel of weinig kleurmiddel, en het verschil tussen kunststofvezels en afbreekbare vezels in de rioolzuivering. Meer informatie: Marijn Bijleveld 015 – 2150 150.

naar boven

Meer biobrandstof in transport?

De Europese Commissie (DG CLIMA) heeft een consortium, waar CE Delft deel van uitmaakt, opdracht gegeven om binnen de Richtlijn Brandstofkwaliteit (Richtlijn 98/70/EC) het inzicht te vergroten in de mogelijke effecten van hogere percentages biobrandstoffen in transportbrandstoffen. Het consortium gaat een analyse uitvoeren naar de potentiële economische en milieu-effecten van het (mogelijk) ophogen van de limieten voor biobrandstoffen in benzine en diesel. De studie is een eerste brede inventarisatie. Hierdoor zijn beleidsaanpassingen nog niet aan de orde. Meer informatie:  Anouk van Grinsven 015 -2150 150. naar boven

Biokerosine vliegtuigen

De internationale organisatie voor de luchtvaart, ICAO, ontwerpt een economisch instrument om de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken. Eén van de belangrijkste maatregelen om de emissies te verminderen is het gebruik van biobrandstoffen. Het ministerie van Infrastructuur & Milieu heeft CE Delft gevraagd om te onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre, prikkels in het economische instrument ingebouwd kunnen worden om de vraag naar biokerosine te vergroten. Meer informatie: Jasper Faber 015 - 2150 150.
naar boven

Marktinrichting en flexibiliteit elektriciteit

CE Delft heeft met een consortium subsidie verkregen voor de verkenning en ontwikkeling van een breed gedragen bestel van marktinrichting en regelgeving voor de elektriciteitsvoorziening ter ontsluiting van flexibiliteit. De kaders voor marktinrichting en regulering vormen de randvoorwaarden waarbinnen deze behoefte kan worden voorzien met bestaande en nieuwe toepassingen. Dit project is opgezet naar aanleiding van de analyse van de denktank ‘structurele verandering energiemarkt’. Meer informatie: Sebastiaan Hers 015 - 2150 150. naar boven

Zero-emissievoertuigen Schiphol

Op luchthaven Schiphol rijden veel voertuigen rond. Schiphol kan  –als nichemarkt- belangrijk zijn voor de uitrol van zero-emissie voertuigen in Nederland. Er rijden nu al elektrische bussen en taxi’s rond. CE Delft heeft Schiphol ondersteund in de verdere ontwikkeling van kennis op het gebied van zero-emissie voertuigen en de hiervoor benodigde infrastructuur. We hebben met onze kennis van de stand van de techniek, trends, beleid en kosten vertaald naar een praktische strategie voor verdere uitrol van zero-emissie infrastructuur op de luchthaven. Meer informatie: Eelco den Boer 015 -2150 150.
 
naar boven

Integratie transport en energiebeleid internationaal

In het IEA-RETD project ‘Next generation policy instruments for renewable transport (RES-T-NEXT)’ onderzoekt CE Delft welke nieuwe vormen van beleidsinstrumenten de energietransitie binnen de transportsector kunnen versnellen. Het project kijkt naar de effectiviteit en efficiency van de huidige beleidsinstrumenten en zoekt nieuwe en innovatieve beleidsinstrumenten en doet concrete beleidsaanbevelingen voor beleidsmakers en de sector. De IEA Renewable Energy Technology Deployment (IEA-RETD) wil internationale samenwerking op het gebied van beleid, beleidsmaatregelen en marktinstrumenten bevorderen en zo de wereldwijde toepassing van hernieuwbare energie versnellen. Voor het project werkt CE Delft samen met de Amerikaanse partij Stratas Advisors (voorheen Hart Energy). Meer info: Anouk van Grinsven 015 - 2150 150.

naar boven

Analyse verduurzaming tijdschriftketen

CE Delft werkt met Vereniging van Nederlandse Papier en Kartonfabrieken, Stichting Papier en Karton, Stichting Stimular en uitgeverij Industrielinqs aan verduurzaming in de tijdschriftketen. In het huidige project worden twee tijdschriften van de ANWB onder de loep genomen. Wederom voert CE Delft de milieuberekeningen uit, gericht op alle facetten van de tijdschriftketen: van papierkeuze, drukker, de reizen door de redactie en de eindverwerking van het tijdschrift na afdanking. Het project is een vervolg op het project Duurzaam Tijdschrift, waarin CE Delft de milieuberekeningen uitvoerde. Dit project richtte zich op de verduurzaming van het tijdschrift Duurzaam Geproduceerd, onder het mom van ‘practice what you preach’. Meer informatie: Marijn Bijleveld 015 - 2150 150.
naar boven