Logo CE Delft

CE Mailvisie juni 2016


Evaluatie SDE+

De SDE+ regeling is sinds 2011 van kracht en heeft als doel om hernieuwbare energieproductie in Nederland te stimuleren en zo een bijdrage te leveren aan de doelen van het Energieakkoord voor duurzame groei. CE Delft en SEO Economisch Onderzoek gaan voor het ministerie van EZ de regeling evalueren op doelmatigheid en doeltreffendheid over de periode 2011-2015. Een dergelijk onderzoek kan, naast een verantwoording voor het gevoerde beleid, ook mogelijkheden identificeren om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling in de toekomst te vergroten.  Meer informatie: Martijn Blom 015-2150 150. naar boven

Hogere netspanning bovenleiding spoorvervoer

Het verhogen van de netspanning op de bovenleiding van het spoor naar 3 kV maakt intensiever gebruik (hoogfrequent) van het spoorwegnet mogelijk. Daarnaast draagt deze maatregel bij tot een duurzamer spoor: energieverliezen in de bovenleiding worden verlaagd en het hergebruik van remenergie verhoogd. ProRail heeft CE Delft gevraagd om te onderzoeken hoe de baten en kosten van deze maatregel zich verhouden tot andere energiebesparings- en hernieuwbare energiemaatregelen. Daarbij vinden zij vooral een vergelijking met maatregelen uit het SER Energieakkoord interessant. Meer informatie: Arno Schroten 015-2150 150. naar boven

Energieconsument en producent - de prosumer

Met een zonnepaneel op je dak of deelname aan een lokale coöperatie die investeert in windmolens of een zonneweide word je naast energieconsument ook producent, een zogenaamde ‘prosumer’.  CE Delft onderzoekt de omvang en mogelijke rol van deze groep in de EU, nu en in de toekomst tot 2050. Wat is hun potentiële bijdrage aan hernieuwbare energieproductie, in hoeverre kunnen burgers en coöperaties bijdragen aan flexibele vraag en tijdelijke opslag van elektriciteit? De studie maakt een onderscheid tussen individuele prosumers, huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Meer informatie: Bettina Kampman 015-2150 150. naar boven


Reservepakket stikstofreductie

Nederland kent flinke stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden doordat kwetsbare natuur en stikstofbronnen (industrie, verkeer, landbouw) dicht bij elkaar liggen.  Om de natuurdoelen in Natura 2000-gebieden te waarborgen is het Programma Aanpak Stikstof (PAS-programma) vastgesteld. Door de PAS-partners is afgesproken een breed reservepakket te ontwikkelen aan generieke maatregelen. Rijkswaterstaat en het ministerie van I&M hebben CE Delft gevraagd om ondersteuning te leveren bij het leveren van input ten behoeve van de samenstelling van het pakket aan maatregelen voor de sector verkeer en vervoer. Er worden 19 maatregelen doorgerekend. Het reservepakket is vooral bedoeld voor toekomstig gebruik, als blijkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Meer informatie: Eelco den Boer 015-2150 150. naar boven

Omwenteling fossiele economie

De doelen die eind 2015 tijdens de klimaattop in Parijs zijn afgesproken, moeten leiden tot een drastische aanpassing van onze economie, waarbij de gehele productiestructuur binnen nu en 2050 moet worden vervangen door nieuwe technieken. Dit vereist een enorme investeringsimpuls die in omvang en effecten het beste kan worden vergeleken met de transformatie die de Oost-Europese landen meemaakten na de val van de Muur in 1989. In recente CO2-scenario’s, waarin de 80-95% CO2-reductie door CE Delft is verkend, blijkt dat er jaarlijkse investeringen nodig zijn rond 2% van het BNP. Op dit moment zitten we op ongeveer 1/5de deel van wat nodig is. De investeringen in nieuwe schone technieken moeten dus aanzienlijk worden opgeschroefd. Meer informatie: Sander de Bruyn 015-2150 150. naar boven

Kansrijk energie- en klimaatbeleid

CE Delft ondersteunt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij het programma 'Kansrijk energie- en klimaatbeleid', met name op de onderdelen CCS in de industrie en CO2-reductie van de industrie. Allereerst is in kaart gebracht hoe de toekomst eruit zou kunnen zien, gegeven het doel dat is afgesproken in het mondiale klimaatakkoord. Op basis van deze analyse zijn de acties bepaald die nodig zijn om die toekomst te verwezenlijken, en zijn kansrijke korte termijnbeleidsopties beschreven. Dit zijn deels maatregelen die op korte termijn CO2 reduceren en deels maatregelen die op lange termijn extra reductieslagen mogelijk maken die nodig zijn om de 80-95% reductie in 2050 te halen. Meer informatie: Bettina Kampman 015-2150 150. naar boven

Evaluatie EU-innovatie Horizon 2020

Voor de Europese Commissie (DG Energie) gaan CE Delft en het Britse Ricardo Energy and Environment de tussentijdse evaluatie verrichten van het Europese onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020, het grootste onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Unie met bijna € 80 miljard euro aan subsidiegeld voor zeven jaar (2014+2020). Horizon 2020 ondersteunt onderzoek en innovatie die bijdraagt aan wetenschap, industriële ontwikkelingen en sociale uitdagingen. De evaluatie van H2020 en voorgangers richt zich op de effecten, doelmatigheid en uitvoering. In 2015 evalueerde CE Delft het Nederlandse innovatieprogramma voor de Topsector Energie. Meer informatie: Martijn Blom 015-2150 150. naar boven

Factsheet adiabatische koeling

Adiabatische koeling bestaat al eeuwen, denk aan verkoelende fonteinen in Mediterrane landen. Vervanging van energieslurpende airconditioners door adiabatische koeling kan soms een energie-efficiënte koelmethode zijn. Voor RVO stelt CE Delft een factsheet op die potentiële gebruikers inzicht geeft in de kosten, besparingen en terugverdientijden, en de kritieke factoren bij realisatie. De factsheet ondersteunt bij het vaststellen van maatregelen voor opname in het energie-efficiency plan (EEP) voor bedrijven. Meer informatie: Diederik Jaspers 015-2150150. naar boven