Nieuwe regels voor fosfine in de binnenvaart verbeteren veiligheid, maar nemen niet alle risico’s weg
Fosfine is een zeer giftig gas dat wordt gebruikt om ongedierte in onder andere graan en veevoer te bestrijden. Achtergebleven resten van fumigatiemiddelen kunnen tijdens het vervoer per binnenvaartschip opnieuw fosfine produceren, met ernstige veiligheidsrisico’s voor de bemanning tot gevolg.
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben CE Delft en Witteveen+Bos een ex-ante-evaluatie uitgevoerd van nieuwe internationale regels voor het vervoer van eerder gegaste bulkladingen. Deze maatregelen zijn aangenomen voor opname in het ADN 2027, de internationale regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren.
Uit het onderzoek blijkt dat het maatregelenpakket een belangrijke bijdrage kan leveren aan de veiligheid in de binnenvaart. Verplichtingen voor documentatie, gasmetingen en detectieapparatuur kunnen helpen om risico’s te herkennen en de gevolgen van incidenten te beperken. De effectiviteit hangt echter sterk af van betrouwbare informatie over eerdere begassing en een zorgvuldige uitvoering van het maatregelpakket.
CE Delft en Witteveen+Bos adviseren daarom om internationaal uniforme meetinstructies en duidelijke procedures voor incidentafhandeling op te stellen. Daarnaast verdient het de voorkeur om fosfinerisico’s zo vroeg mogelijk in de internationale vervoersketen aan te pakken. Een dergelijke bronaanpak is echter lastig te realiseren, omdat begassing vaak plaatsvindt buiten de directe invloedssfeer van Nederlandse en Europese ADN-autoriteiten. Bovendien verschillen landen in regelgeving, meetmethoden en uitvoeringspraktijken. Internationale samenwerking is daarom noodzakelijk, maar biedt geen garantie dat risico’s bij de bron volledig kunnen worden weggenomen. De nieuwe ADN-regels vormen daarmee vooral een aanvullend veiligheidsvangnet voor risico’s die eerder in de keten niet zijn ondervangen.