Rapport

Innameplicht statiegeld. Onderzoek naar effecten van verschillende varianten

Een innameplicht voor verkooppunten is één van de mogelijke beleidsopties om de inzameling van statiegeldverpakkingen te verbeteren. In dit rapport analyseren we de mogelijke effecten van vier varianten van een innameplicht ter ondersteuning van het beleidsproces. We onderzoeken op kwalitatieve wijze de gevolgen voor het inzamelrendement, de uitvoerbaarheid, het consumentengemak en de praktische implicaties voor verschillende typen verkooppunten. Hierbij vergelijken we de verschillende varianten van de innameplicht met de huidige situatie zonder innameplicht.

Een innameplicht kan met of zonder uitzonderingen worden ingevoerd. In dit onderzoek zijn vier varianten verkend; in het verdere beleidsproces kunnen ook andere uitzonderingen of combinaties interessant zijn.

  1. Innameplicht zonder uitzonderingen: Elk verkooppunt van statiegeldverpakkingen is verplicht om statiegeldverpakkingen in te nemen en de consument statiegeld terug te betalen.
  2. Innameplicht met uitzondering op basis van vloeroppervlakte: Verkooppunten van statiegeldverpakkingen kleiner dan een bepaalde grens (m2) zijn niet verplicht om statiegeldverpakkingen in te nemen.
  3. Innameplicht met uitzondering van bepaalde sectoren: Horeca met consumptie ter plaatse, online bezorging (via pakketbezorging), en losse drankautomaten die niet bij een (bemand) verkooppunt horen, zijn niet verplicht om statiegeldverpakkingen in te nemen.
  4. Innameplicht met uitzondering als aan bepaalde voorwaarden is voldaan: Uitzondering wanneer meerdere nabijgelegen verkooppunten van statiegeld-verpakkingen gezamenlijk één innamepunt realiseren op basis van bindende afspraken.

Op basis van de uitkomsten hebben we de volgende aanbevelingen geformuleerd:

  • Formuleer eventuele uitzonderingen op basis van hun effect op doeltreffendheid en doelmatigheid. Uitzonderingen kunnen doelmatig zijn als er bijvoorbeeld al sprake is van effectieve inzameling óf als er hoge kosten gemaakt moeten worden om (beperkte extra) inname te realiseren. Belangrijk is dat de doeltreffendheid zo min mogelijk beperkt wordt.
  • Er is een juridische analyse nodig om de haalbaarheid bij eventuele uitzonderingen te beoordelen en eventuele uitzonderingen in te richten.
  • Leg in wetgeving expliciet vast dat een innameplicht ook daadwerkelijk een plicht tot inname betekent. Innamepunten zijn dan bijvoorbeeld bij een niet-werkende RVM verplicht om statiegeldverpakkingen handmatig in te nemen.
  • Regel beperkte uitzonderingen bij een innameplicht via een actief aanvraagsysteem van uitzonderingen. Een dergelijk systeem lijkt minder fraudegevoelig en kan inname bij uitgezonderde verkooppunten stimuleren. Bij een zeer smalle innameplicht liggen passieve uitzonderingen meer voor de hand
  • Denk bij uitzonderingen ook aan voorwaarden voor inname in plaats van volledige uitzondering van een type innamepunt, zoals een maximale inleverhoeveelheid, de wijze van uitbetaling (contant/digitaal) of type verpakking.

Het rapport is op 26 juni 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met deze kamerbrief. De minister komt later met een voorstel om het aantal innamepunten te verhogen.