Rapport

Verkenning ontwikkeling CO2-vrije flexibele energietechnieken

In opdracht van Natuur & Milieu heeft CE Delft onderzocht welke ontwikkelingen in prijs en potentie tot 2030 zullen plaatsvinden voor CO2-vrije technieken om het elektriciteitsnet in balans te houden. Als gevolg van de afspraken in het Klimaatakkoord zal de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals zon en wind in de toekomst sterk toenemen.

In 2030 zal de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ongeveer 70% van de totale vraag dekken. Met de komst van meer hernieuwbare bronnen als zon en wind, wordt de elektriciteitsproductie steeds meer bepaald door weersomstandigheden. Als het veel waait en zonnig is, wordt er veel elektriciteit geproduceerd. Als het windstil is en de zon schijnt niet wordt er weinig elektriciteit geproduceerd. Dit variabele aanbod sluit niet altijd aan op de vraag naar elektriciteit. Om het aanbod op de vraag te laten aansluiten kunnen verschillende technieken ingezet worden. Deze technieken noemen wij in deze studie ‘flexibele energietechnieken’. Het vermogen dat deze technieken kunnen leveren noemen we ‘flexibel vermogen’. Om aan het Klimaatakkoord te voldoen zullen deze technieken nog maar weinig CO2 mogen uitstoten.

Technieken voor tekorten
Voor de momenten dat zon en wind onvoldoende elektriciteit produceren, zijn er dus technieken nodig die flexibel energie kunnen leveren. Dit flexibele vermogen zal in 2030 maximaal 23 GW moeten kunnen leveren en 40 TWh aan elektriciteit moeten kunnen opwekken.
In deze studie zijn de potentie en kosten van de volgende CO2-vrije technieken onderzocht:

  • de brandstofcel met waterstof;
  • de STEG-centrale met waterstof, ombouw van bestaand en nieuwbouw;
  • conventionele waterkracht;
  • de ombouw van kolencentrales naar 100% biomassa;
  • vier varianten van demand side response (tijdelijk verlagen van de elektriciteitsvraag).

Na publicatie van ons rapport bleek dat een bron onjuist geciteerd was. Dit is in deze versie rechtgezet. Het betreft een kleine wijziging, zonder gevolgen voor de conclusies van het rapport.