Rapport

Comparison of CO2 emissions of MARPOL Annex VI compliance options in 2020

MARPOL, de belangrijkste internationale overeenkomst betreffende verontreiniging door de zeescheepvaart, schrijft voor de als scheepsbrandstof gebruikte stookolie een maximaal zwavelgehalte voor. Onder Regulation 14 van MARPOL Annex VI mag vanaf 1 januari 2020 het zwavelgehalte van de stookolie die wordt gebruikt buiten zogenaamde Emissions Control Areas (ECA’s) niet meer bedragen dan 0,50% m/m. Binnen deze ECA’s staat sinds 2015 het maximum op 0,10% m/m.

In de praktijk zijn er twee mogelijkheden om aan deze normen te voldoen:

  1. gebruik van een Exhaust Gas Cleaning System (EGCS) in combinatie met stookolie met een zwavelgehalte boven respectievelijk 0,50% of 0,10%
  2. gebruik van stookolie met een maximaal zwavelgehalte van 0,50% (VLSFO) or 0,10% (ULSFO).

In dit rapport, in opdracht van drie grote EGCS-leveranciers, worden de CO2-emissies van deze twee opties gekwantificeerd en vergeleken.

Bij de eerste optie, gebruik van een EGCS, wordt berekend dat dit bij een selectie representatieve schepen tot een 1.5-3% toename van de CO2-emissies leidt. Dit komt doordat een EGCS wordt aangedreven door een motor die stookolie verbrandt en daarom CO2 uitstoot. Er ontstaan bovendien emissies bij fabricatie van de gaswassers en via het zeewater.

Hoewel ontzwaveling in een raffinaderij ontegenzeggelijk leidt tot verbeterde brandstofkwaliteit qua aromatengehalte en viscositeit, leidt het ontzwavelingsproces zelf tot een stijging van de CO2-emissies met meer dan 1% en vaak nog veel meer, afhankelijk van de mate van brandstofverbetering, de raffinaderijopstelling en de type ruwe olie die wordt gebruikt. Bovendien vereist het proces waterstof, die meestal uit methaan wordt geproduceerd, met opnieuw CO2-uitstoot, bovenop de emissies door energieverbruik.

De conclusie van deze studie is daarom dat ‘well-to-wake’-CO2-emissies bij beide opties toenemen.

Meer over