Rapport

Klimaatcrisis Beleid Team (KBT)

Klimaatdoelen 2030 haalbaar met CO2-budgetsysteem

Een brede groep onafhankelijke experts/hoogleraren heeft als opmaat naar een OMT voor de Klimaatcrisis het Klimaatcrisis Beleid Team gevormd. Het team adviseert de nieuwe regering invoering van een CO2-budgetsysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en het betalen voor CO2-emissies door consumenten en bedrijven (naast het ETS voor de industrie). Burgers en bedrijven die daardoor in de knel komen moeten tijdelijk worden ondersteund met inkomensbeleid, maar niet met aanpassingen en verzwakking van het energie/klimaatbeleid. De adviezen richten zich op invoering van snel en effectief beleid om de al afgesproken klimaatdoelen te kunnen halen.

De klimaatverandering is steeds zichtbaarder, terwijl mondiaal de broeikasgasemissies toenemen. Nederland heeft zich met de EU gecommitteerd aan het Klimaatakkoord van Parijs (2015) om de temperatuurstijging tot 1,5 graden te beperken. Het Nederlandse Klimaatakkoord 2018 is een belangrijke stap, maar levert slechts een reductie op van 34%, terwijl 49% in 2030 is afgesproken. Net als bij de COVID-crisis zal alle kennis gebruikt moeten worden om ook de klimaatcrisis aan te pakken.

Omdat een beslissing hierover pas mogelijk is wanneer een nieuwe regering is gevormd, heeft CE Delft samen met een groep experts/wetenschappers (het Klimaatcrisis Beleid Team – KBT) het initiatief genomen om een aantal adviezen op te stellen. Het KBT pleit voor beleid dat de huidige doelen realiseert en dat nodig is om het gedrag van consumenten (aanschaf en gebruik producten) en bedrijven (investeringen en functioneren installaties) zo snel mogelijk te veranderen.

Impliciet is het beleid op dit moment om uit te gaan van een energievoorziening gebaseerd op fossiele energie, en met specifieke subsidies te proberen efficiëntie en CO2-vrije energiebronnen een zetje te geven. De hoofdlijn van het klimaatbeleid moet worden dat CO2-vrije energie zo snel mogelijk de norm wordt en dat daar voor betaald moet worden. Burgers en bedrijven die daardoor in de knel komen moeten tijdelijk worden ondersteund met inkomensbeleid, maar niet met aanpassingen en verzwakking van het energie/klimaatbeleid. Zowel het respecteren van de internationale concurrentiekracht van bedrijven, als de mogelijkheid om de kosten voor iedereen dragelijk te maken, is essentieel voor een breed gedragen klimaatbeleid.

Waarom moet er voor CO2-emissie betaald gaan worden? Door CO2-emitterende energie een prijs te geven (de externe kosten te internaliseren) zullen burgers en bedrijven bij hun keuzes voor gebruik van energie (hele huis verwarmen, keuze vervoermiddelen, woon-werkafstand e.d.) aanpassen. Een hogere prijs zorgt voor efficiëntere installaties, minder mobiliteit en minder energievraag.

Vast staat dat de CO2-emissies omlaag moeten. Het invoeren van emissieplafonds (normen) ligt daarom voor de hand. Met een systeem van aflopende CO2-budgetten (al dan niet opgesplitst in gebouwen en mobiliteit) kan de politiek zo snel als noodzakelijk de CO2-emissie bijsturen.

De inkomsten uit de verkoop van de emissierechten kunnen worden gebruikt om de belasting op arbeid te verlagen of meer specifiek lage inkomensgroepen te compenseren. In de tussentijd kunnen de bestaande belastingen op energie (energiebelasting, ODE-heffing, accijnzen, motorrijtuigenbelasting) worden aangepast naar hun CO2-inhoud (elektriciteit, gas, benzine, diesel). Het invoeren van generiek beleid, bestaand uit beprijzen en normeren, geeft de overheid de mogelijkheid om met zekerheid de afgesproken Klimaatdoelen voor 2030 en daarna te halen.

Auteurs