Rapport

LNG boil-off gas at berth

Een toenemend aantal scheepstypen vaart tegenwoordig op vloeibaar aardgas ‘Liquefied Natural Gas’ (LNG). De eigenschappen van LNG verschillen sterk van die van conventionele bunkerbrandstoffen, onder meer door het verschijnsel ‘boil-off gas’ (BOG), dat ontstaat doordat het vloeibaar gemaakte gas geleidelijk verdampt in de brandstoftanks van schepen. De hierdoor optredende drukopbouw in de brandstoftanks vormt een veiligheidsrisico. Schepen zijn daarom ontworpen om de tankdruk te managen, doorgaans door het BOG in de motoren te verbranden.

Tegelijkertijd vereisen milieuregels in toenemende mate dat schepen aan de kade gebruikmaken van walstroom ‘Onshore Power Supply’ (OPS) om het schip van energie te voorzien. OPS voorkomt dat het schip zelf elektriciteit moet opwekken met bunkerbrandstoffen en vermindert daarmee de emissies aan de kade. Doordat OPS, in plaats van de motoren, wordt gebruikt moeten LNG-aangedreven schepen de drukopbouw door BOG op een andere manier managen.

In deze studie wordt de typische energievraag van containerschepen aan de kade geanalyseerd en worden de typen LNG-tanks en beschikbare vormen van drukbeheersing op de schepen geïnventariseerd. Aan de hand van meerdere scenario’s wordt een inschatting gemaakt van de hoeveelheid BOG die tijdens het verblijf aan de kade wordt gegenereerd, het potentieel voor benutting aan boord, zowel met als zonder gebruik van OPS. Deze ramingen maken het mogelijk te beoordelen of de geproduceerde hoeveelheid BOG de daadwerkelijke energiebehoefte van het schip aan de kade overschrijdt. In dat geval kan sprake zijn van energieverspilling of, bij het ontbreken van adequate BOG-managementmaatregelen, van een drukopbouw in de tanks die kan tot noodventilatie van methaan, een krachtig broeikasgas, naar de atmosfeer kan leiden.

Omdat BOG tijdens een OPS-aanloop in de haven kan worden benut in dual-fuel boilers, wordt het risico op noodventilatie in deze studie als relatief laag ingeschat, hoewel voor niet alle geïnventariseerde schepen bevestigd kon worden dat een gasgestookte of dual-fuel-ketel geïnstalleerd is. De analyse laat tevens zien dat de hoeveelheid BOG die door de boiler zou moeten worden verbruikt doorgaans hoger ligt dan de feitelijke stoomvraag van het schip. Dit zou ertoe leiden dat BOG zonder nuttige toepassing zou worden verbrand. Dit impliceert energieverspilling en bijbehorende vermijdbare emissies, indien geen aanvullende maatregelen voor BOG-management worden getroffen.

Deze studie werd uitgevoerd op verzoek van NABU (Naturschutzbund Deutschland).

Meer over