Rapport

Nationaal ETS voor gebouwen en transport. Uitwerking

De Europese Commissie heeft voorgesteld om een apart EU-breed ETS in te voeren voor gebouwde omgeving en transport. Hiermee wordt op EU-niveau een plafond gesteld voor CO2-reductie van deze sectoren. Dit heeft het voordeel dat de goedkoopste maatregelen als eerste worden getroffen. Een Europees ETS heeft echter ook nadelen, namelijk dat Nederland, maar ook andere landen met gebouwen en auto’s van hoge kwaliteit, voorlopig geen prikkel ervaren om iets te doen. Dit kan door een nationaal ETS worden ondervangen. Duitsland heeft dit begin 2021 ingevoerd en dit kan voor Nederland een voorbeeld zijn.

Een nationaal ETS-systeem is een ‘cap and trade’ systeem, waarbij de Nederlandse overheid een plafond (cap) vaststelt voor de totale hoeveelheid broeikasgassen die jaarlijks mag worden uitgestoten. Onder een ETS-systeem voor gebouwde omgeving (GO) en transport komen CO2-eq.-emissies te vallen die vrijkomen bij het gebruik van motorbrandstoffen voor transport (benzine, diesel, lpg, waterstof) en energie voor warmtevoorziening in woningen en gebouwen (met name aardgas). Het is in deze sectoren logisch om te kiezen voor een ETS-systeem op het niveau van de energie- en brandstofleveranciers (upstreambenadering). Deze partijen moeten dan ieder jaar voldoende rechten hebben om hun emissies te dekken met emissierechten. Deze emissierechten worden door de overheid geveild, waarna partijen op de markt rechten kunnen bijkopen of verkopen (trade), waardoor er een marktprijs voor CO2-rechten ontstaat. Het emissieplafond daalt door de jaren heen zodat de totale uitstoot afneemt en emissierechten schaarser (en daarmee duurder) worden.

Een ETS leidt tot een CO2-prijs voor eindgebruikers. Leveranciers zullen waar mogelijk emissiereducerende maatregelen nemen, bijvoorbeeld meer biobrandstoffen bijmengen in de transportsector. Uiteindelijk zullen ze de (resulterende) CO2-kosten doorberekenen aan hun klanten via hogere energie- en brandstofprijzen. Hierdoor krijgen eindgebruikers een financiële prikkel om emissies te reduceren. De consument maakt de afweging tussen het betalen van de hogere energie- en brandstofprijs en het nemen van emissiereducerende maatregelen. De CO2-prijs begint laag bij de invoering en zal richting 2030 naar verwachting stijgen tot enkele honderden euro’s per ton CO2 om de doelen te halen. Dit zorgt voor een stijging in de prijs van aardgas, benzine en diesel en hiermee een financiële prikkel om energie te besparen en duurzame gassen/brandstoffen bij te mengen. Om eindgebruikers te compenseren voor de prijsstijging, kunnen de overheidsopbrengsten van de uitgifte van CO2-rechten worden gebruikt om maatregelen te nemen gericht op verduurzaming en lastenverlichting.