Zie ook de overzichtspagina met de verschillende ‘zeefstudies’ rond de SDE++
In deze studie hebben we de zeefmethode herzien op basis van de ervaringen van de afgelopen drie jaar. We hebben vervolgens de zeef opnieuw uitgevoerd voor de SDE++-subsidieronde van 2026, met de herziene methode.
De belangrijkste overkoepelende wijziging ten opzichte van de oude methode is de introductie van interviews met industriële partijen, die bezig zijn met CO2-emissiereductie en waar CCS een reële mogelijkheid lijkt. Met deze interviews willen we de toepassing van de zeef beter aan laten sluiten bij de praktijk.
Daarnaast hebben we wijzigingen aangebracht in het eerste deel van de methode, de ‘trechter’, om beter inzicht te krijgen in wanneer duurzame technieken daadwerkelijk een alternatief vormen voor CCS. Het laatste deel van de methode, ‘inbedding in breder beleid’, is in deze herziening doelgerichter geworden. We focussen hier nu op drie aspecten: de beschikbaarheid van alternatieve energiedragers, de beschikbaarheid van infrastructuur voor alternatieve energiedragers en de gevoeligheid van de subsidie-intensiteit voor de verschillende componenten waaruit deze is opgebouwd.
Bij de uitvoering van de zeef voor 2026 identificeren we net als vorige jaren voor de productie van lagetemperatuur(LT-)warmte de industriële warmtepomp als kosteneffectief duurzaam alternatief. Voor het indampen van waterige oplossingen identificeren we zowel de industriële warmtepomp als mechanische damprecompressie (MVR) als kosteneffectieve duurzame alternatieven. Voor de productie van hoge temperatuur (HT-)warmte identificeren we het fornuis op vaste biomassa als kosteneffectief duurzaam alternatief.
We adviseren om, net als vorig jaar, subsidie voor CCS uit te sluiten voor de processen ‘productie van LT-warmte’ en ‘indampen van waterige oplossingen’. Dit geeft bedrijven helderheid en voorkomt dat er voor CCS gekozen wordt terwijl kosteneffectieve alternatieven beschikbaar zijn binnen de levensduur van een CCS-installatie. Hoewel we concluderen dat een fornuis op vaste biomassa een kosteneffectief alternatief voor CCS is voor het proces ‘productie van HT-warmte’, adviseren we om dit proces niet uit te sluiten van subsidie voor CCS. Dit zou ten koste gaan van andere mogelijke toepassingen van biomassa, de prijs van vaste biomassa opdrijven en niet in lijn zijn met het huidige beleid over de inzet van duurzame biomassa.