De vervuiler betaalt! Ja, maar geldt dat ook bij de grootste vervuiling van dit moment, de uitstoot van broeikasgassen? Lang niet altijd…. De Vergoeding Externe Kosten (VEK) legt de lasten waar deze horen: bij de consumenten voor wie de vervuilende artikelen worden gemaakt. Zodat de wetten van de economie in stelling worden gebracht tegen de opwarming van de aarde: wie vervuilt, of wie vervuilende producten koopt, moet daarvoor een prijs betalen. In principe is dat de prijs die nodig is om de toegebrachte schade te voorkomen of te herstellen, zodat vervuilende producten duurder worden en schone producten naar verhouding goedkoper.
De VEK wordt net als BTW geheven bij de verkoop van een product. De VEK belast niet de toegevoegde waarde (zoals bij de BTW), maar de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen, en kan in principe ook andere externe kosten belasten. De VEK heeft een vaste waarde per uitgestoten ton CO2; andere broeikasgassen worden omgerekend naar CO2. CE Delft heeft bij haar 40-jarig bestaan dit onderzoek uitgebracht waarin alle praktische vragen rond de VEK worden beantwoord. Zoals: Hoe hoog moet deze vergoeding zijn? Waarop moet hij precies worden geheven? Welke artikelen worden duurder en hoeveel? De VEK is een serieus voorstel voor een grondige aanpak van de broeikasgasemissies.
Op lange termijn kan een duurzaamheidsbijdrage vlees worden uitgebouwd tot een ‘vergoeding externe kosten’ (VEK). De VEK is een maatregel waarin alle schakels in de ketens hun emissies monitoren en voor eigen emissies betalen, waarbij de eindrekening uiteindelijk ook bij de consument terechtkomt. De VEK is niet gebonden aan een specifiek product of dienst, en zou voor allerlei sectoren en producten een manier kunnen zijn om het principe ‘de vervuiler betaalt’ in praktijk te brengen.