Waardebehoud in de circulaire economie

Zoektocht naar een geschikte indicator

Doel van deze studie, in opdracht van het ministerie van IenW en PBL, was  het ontwikkelen van een methode om het concept waardebehoud in de circulaire economie te operationaliseren en een plek te geven in de monitoring. Dit rapport is tot stand gekomen in het kader van het Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie 2019-2023. Het doel van het werkprogramma is om de door het kabinet uitgezette koers naar 2050 te kunnen monitoren en te evalueren en de overheid te voorzien van de kennis die nodig is voor de vormgeving of bijsturing van beleid.

De focus lag op het vinden van een economische indicator voor waardebehoud. Het gaat hiermee niet om een integrale indicator die ook andere effecten meet (zoals milieu en leveringszekerheid). Door te focussen op waardebehoud in economische termen, worden dubbeltellingen en overlap met andere indicatoren zoveel mogelijk voorkomen. In de studie zijn verschillende indicatoren ontwikkeld. Uit de analyse blijkt dat er niet één allesomvattende indicator is die aan alle eisen voldoet om waardebehoud te meten voor alle R-strategieën. De cases lieten zien dat op microniveau zowel de marktprijs, levensduur, bruto toegevoegde waarde als kostenbatensaldo uitgewerkt kan worden, maar iedere indicator heeft zijn eigen voor- en nadelen. Op macroniveau lijken vooral de bruto toegevoegde waarde indicator en levensduurindicator praktisch het meest geschikt om waardebehoud te meten. Voor een aantal relevante vragen die in deze studie niet meegenomen konden worden zal vervolgonderzoek plaatsvinden.

Projectleider

Geert Warringa

Waardebehoud in de circulaire economie

Auteurs CE

Amanda Bachaus
Geert Bergsma
Ellen Schep
Geert Warringa

Delft, mei 2020