Rechtvaardigheid is een belangrijk uitgangspunt in het Nederlandse klimaatbeleid, onder andere vastgelegd in het Klimaatplan 2025–2035. Tegelijkertijd is het evalueren van beleid op rechtvaardigheid complex. Wat als eerlijk wordt ervaren, verschilt per groep en perspectief. Bovendien spelen politieke keuzes een rol in hoe lusten en lasten van beleid worden verdeeld.
Juist vanwege deze complexiteit is het van belang om verdelingseffecten van beleid systematisch en transparant in beeld te brengen. Dit maakt het mogelijk om beleidskeuzes beter te onderbouwen en om waar nodig bij te sturen.
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft CE Delft een evaluatiekader en werkwijzer ontwikkeld om energie- en klimaatbeleid te evalueren op verdelende rechtvaardigheid.
Vier verdelingsprincipes als basis In het onderzoek staat een eerlijke verdeling van lusten en lasten van klimaatmaatregelen centraal. Daarbij is aangesloten bij vier verdelingsprincipes uit het Klimaatplan:
Per principe zijn indicatoren ontwikkeld die samen een praktisch evaluatiekader vormen.
Van kader naar toepassing Met het evaluatiekader als basis is een werkwijzer opgesteld met een concreet stappenplan voor het uitvoeren van evaluaties. Deze werkwijzer helpt om:
Om de werkwijzer te testen en te verbeteren, zijn twee pilotevaluaties uitgevoerd:
De werkwijzer is niet bedoeld om een eindoordeel te geven over of beleid ‘rechtvaardig’ is. In plaats daarvan brengt het de verdelingseffecten in beeld en toetst deze aan expliciete principes. Dit biedt beleidsmakers en politici een beter onderbouwde basis voor afgewogen keuzes.
Basis voor toekomstige evaluaties Met dit onderzoeksrapport en de werkwijzer ligt er een basis om verdelende rechtvaardigheid structureel mee te nemen in toekomstige beleidsevaluaties. Dit maakt het mogelijk om lessen te trekken uit bestaand beleid en gericht toe te werken naar rechtvaardiger klimaatbeleid.
CE Delft adviseert om de werkwijzer op korte termijn toe te passen in komende evaluaties, zodat ervaring wordt opgedaan en de aanpak verder kan worden verfijnd.