Rapport

Prosumer scenarios for the EU and other PROSEU results

PROSEU-project
CE Delft behoorde tot de elf partners uit zeven Europese landen die in 2018–2021 samenwerkten aan PROSEU, een door de EU gefinancierd project gericht op het mainstreamen van het fenomeen van hernieuwbare energie-prosumers in de Europese Energie-Unie. Prosumers zijn entiteiten die duurzame energie (DE) zowel produceren als consumeren. Het PROSEU-onderzoek was gericht op DE-prosumer-coöperaties en onderzocht nieuwe bedrijfsmodellen, marktvoorschriften, sociale aspecten van prosumerisme, technologiescenario’s en Europees energiebeleid. Het project heeft veel rapporten en publicaties opgeleverd, die op de website https://proseu.eu te vinden zijn.

Rol van CE Delft in PROSEU
Aan dit project heeft CE Delft diverse bijdragen geleverd, waaronder de volgende:

Het belangrijkste eindproduct waaraan CE Delft heeft gewerkt is het rapport over prosumer-scenario’s op lokaal, nationaal en EU-niveau, gericht op het technisch potentieel van Europese prosumers. Op basis van ons eerder werk aan prosumer-modellen, werd het CEPROM-model ontwikkeld om dit potentieel te beoordelen. Voor drie scenario’s werd berekend: toekomstige stroom- en warmtevraag, potentiële prosumer-productiecapaciteiten en energie-output, en potentiële mate van prosumer-zelfvoorziening. Meer over dit werk beneden.

We leverden ook een bijdrage aan de technische aanbevelingen voor prosumer-gemeenschappen, een uitgebreide enquête onder prosumers (uitmondend in dit report) en ontwikkeling van een actuele database met de hoofdkenmerken van prosumer-technologieën. We waren bovendien betrokken bij enkele living labs, ter ondersteuning van praktische prosumer-projecten. In dat verband beoordeelden we de CO2-voetafdruk van het Nederlandse prosumer-project Aardehuis Olst; de resultaten zijn hier beschikbaar.

Prosumer-scenario’s voor de EU
Het CEPROM-model onderscheidt drie typen prosumer: individuele huishoudens, coöperaties en de dienstensector, en omvat een brede scala technologieën voor elektriciteit en verwarming/koeling. Drie scenario’s werden doorgerekend:

  • Business as usual: ter referentie.
  • Maximum Renewables: maximale DE-productie door prosumers, geen energieopslag, berekende productie gelijk aan technisch potentieel, en geen sociale of financiële randvoorwaarden.
  • Maximum Self-Sufficiency: als het vorige scenario, maar met energieopslag ter verhoging van eigen verbruik.

Het referentiescenario geeft resultaten voor 2015, 2030 en 2050, de andere twee alleen voor 2030 en 2050.

Resultaten
De resultaten van ons onderzoek aan technisch potentieel zijn opgenomen in bovenvermeld PROSEU-rapport over prosumer-scenario’s op lokaal, nationaal en EU-niveau, samen met modelberekeningen voor lokale of regionale prosumers afkomstig van twee andere partners. Om de resultaten op EU-niveau toegankelijker te maken werd ook een afzonderlijk rapport opgesteld, met alleen aandacht voor ons aandeel in het onderzoek. Er is ook een Excel-spreadsheet met alle resultaten van de CEPROM-scenario’s. Beide kunnen via de website worden gedownload.

Uit de modelberekeningen blijkt dat in 2050 tot 89% van de huishoudelijk elektriciteitsvraag door eigen opwek kan worden gedekt. Het meeste groeipotentieel heeft elektriciteitsproductie uit zonne-pv, vooral in Zuid-Europa. Windturbines in beheer bij prosumer-coöperaties hebben veel potentieel in landen met voldoende buitenstedelijke ruimte en voldoende winddichtheid. De totale stroomvraag van huishoudens en woongebouwen neemt in de twee prosumer-scenario’s significant toe door het gebruik van elektrische verwarmingstechnologieën (vooral warmtepompen) en elektrische voertuigen, terwijl de vraag naar verwarming/koeling in de diverse scenario’s vrij constant in de tijd blijft.

Het CEPROM-model is een update van het model dat werd gebruikt in CE Delfts onderzoek ‘The potential of energy citizens in the European Union’ uit 2016, met toevoeging van verwarmingstechnologieën, actualisering van gegevens en enkele veranderingen aan de methodologie en scope van het model.