Hernieuwbare elektriciteit; subsidiëren of verplichten?

Analyse van argumenten voor en tegen een verplichting voor hernieuwbare elektriciteit

Om investeringen in hernieuwbare elektriciteit te stimuleren, hanteren Europese landen verschillende stimuleringsregimes. Grofweg kunnen deze instrumenten in twee hoofdcategorieën worden verdeeld: (1) subsidieregelingen en (2) systemen waarbij leveranciers van elektriciteit verplicht zijn een minimaal aandeel van de door hen geleverde elektriciteit te verduurzamen (leveringsverplichting). In Nederland wordt hernieuwbare elektriciteit gestimuleerd via de Stimuleringsregeling Duurzame energie (SDE), een subsidieregeling. In dit rapport is onderzocht of een leveringsverplichting voor hernieuwbare elektriciteit:
  • Effectiever en doelmatiger is in het realiseren van de doelstelling voor hernieuwbare elektriciteit op de korte termijn (tot 2020).
  • Beter in staat is om een stabiel investeringsklimaat te creëren zodat een structurele markt voor hernieuwbare elektriciteit ontstaat met het oog op de lange termijn energietransitie, ook na 2020.

Om antwoord te geven op deze vraag is gekeken naar de stimuleringsregimes voor hernieuwbare elektriciteit in Nederland, Denemarken, Duitsland en Spanje (alle subsidieregelingen) en België, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden (alle leveringsverplichtingen).

Het rapport komt tot de conclusie dat er op dit moment geen duidelijke aanwijzingen zijn dat een leveringsverplichting een (kosten)effectiever instrument is dan een subsidie zolang het aandeel hernieuwbare elektriciteit nog beperkt is (tot 2020). Echter, ter ondersteuning van de langere termijn energietransitie, zal vanaf 2015 de geleidelijke invoering van een leveringsverplichting nodig zijn. Op deze manier kan het tijdig ombuigen van investeringen van conventionele naar hernieuwbare bronnen, nodig voor de energietransitie, worden gerealiseerd. De wijze waarop in Nederland een leveringsverplichting het beste kan worden ingevoerd, vereist nader onderzoek.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Marktwerking in Energie (VME).

rapport

Auteurs CE

Martijn Blom
Frans Rooijers

Delft, mei 2010